Deze website maakt gebruik van cookies

Deze website gebruikt functionele cookies. Door gebruik te maken van deze website geef je aan akkoord te zijn met het gebruik van cookies.

Sluiten
DFO Signalen maakt gebruik van cookies

DFO Signalen gebruikt cookies en verzamelt daarmee informatie over het gebruik van de website om deze te analyseren en om er voor te zorgen dat je voor jou relevante informatie te zien krijgt. Door hiernaast op akkoord te klikken, geef je aan akkoord te zijn met het gebruik van cookies en het verzamelen van informatie aan de hand daarvan door ons en door derden.

Akkoord
Niet akkoord

033 258 04 60

Leesbril op een opengeslagen krant op een houten tafel
DFO Signalen  #257
Week 43
19 - 25 oktober 2026

Alsjeblieft! Jouw wekelijkse update met signalen uit de markt, speciaal voor onafhankelijk financieel adviseurs.

Kifid: hogere rente voor aflosvrij deel toegestaan

Banken passen hun voorwaarden aan voor hypotheken met een aflosvrij deel en voor kredieten die na de AOW-datum doorlopen. Dat raakt in de eerste plaats consumenten die een nieuwe hypotheek afsluiten. Klanten met een bestaande hypotheek kunnen er ook mee te maken krijgen als zij hun hypotheek aanpassen of oversluiten. In dit verband is uitspraak 2026-0873 van de CG-Kifid relevant.

De klant in deze zaak sloot in 2006 een hypotheek met een aflosvrij deel. De bank rekende toen voor een aflosvrije en een annuïtaire hypotheek dezelfde rente. In 2026 moest de klant een nieuwe rentevastperiode kiezen en rekende de bank voor het aflosvrije deel 0,3% meer dan voor een annuïtaire hypotheek. De CG-Kifid wees de klacht af. Volgens de commissie heeft een bank in beginsel de vrijheid om zelf te bepalen welke rentetarieven en voorwaarden zij hanteert bij een nieuwe rentevastperiode.

Die vrijheid is alleen beperkt als:

  • de bank misbruik maakt van haar bevoegdheid;
  • wet- of regelgeving de vrijheid inperkt;
  • de bank, gegeven de omstandigheden, naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar gebruikmaakt van die vrijheid.

De bank mocht bij de nieuwe rentevastperiode dus een hogere rente rekenen voor het aflosvrije deel. Bureau DFO verwacht dat de komende tijd meer aanbieders bij verlenging van aflosvrije delen de rente gaan differentiëren.

Hof matigt contractuele boete bij niet-nakomen koopovereenkomst woning

Spreken koper en verkoper van een woning af dat de koper een boete van 10% verschuldigd is als hij de koopovereenkomst niet nakomt, dan houdt de rechter de koper over het algemeen aan die boete. Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden wees onlangs een arrest waarin het van deze lijn afwijkt. Het Hof weegt een aantal feitelijke omstandigheden mee, waaronder dat de verkoper de woning daarna voor een hogere prijs heeft verkocht dan met de eerste koper was afgesproken. Daarnaast hanteert het Hof in rechtsoverweging 4.18 een opvallend argument. Volgens het Hof hoort het standaardpercentage van 10% van de koopsom bij een tijd waarin woningprijzen grofweg de helft waren van de huidige prijzen. Bovendien zijn woningen door de krapte op de woningmarkt meestal relatief snel verkocht. Het Hof constateert dat daardoor de maatschappelijke opvatting over de redelijkheid van het standaardboetebeding in koopovereenkomsten voor woningen is veranderd. Op grond daarvan matigt het Hof de boete.

Jens introduceert losse overbruggingshypotheek

Jens Onderlinge Hypotheken heeft een losse overbruggingshypotheek geïntroduceerd. De hypotheek richt zich op klanten van financieel adviseurs die hun woning willen verkopen, maar via de reguliere weg geen overbruggingshypotheek kunnen krijgen. Denk aan senioren en ondernemers die niet aan de gebruikelijke inkomenstoets voldoen en aan klanten die kleiner gaan wonen en na de verkoop geen vervolgfinanciering nodig hebben. Ook klanten die tegen de maximale hypotheekgrens van hun geldverstrekker aanlopen, horen tot de doelgroep.

Jens incasseert de rente niet maandelijks, maar schrijft die bij. Bij de aflossing via de notaris wordt de opgebouwde rente samen met de hoofdsom verrekend. De looptijd is maximaal 12 maanden.

1 oktober 2026: 68.519 bevoegde adviseurs

Op 1 oktober 2026 waren er 68.519 adviseurs met een of meer beroepskwalificaties die adviesbevoegd zijn tot en met 31 maart 2028. Van deze adviseurs hebben er 15.989 een of meer kwalificaties waardoor zij adviesbevoegd zijn tot en met 31 maart 2031. De verdeling over de adviesgebieden tot en met 31 maart 2028 is als volgt:

Consumptief krediet

6.403

Hypothecair krediet

19.683

Inkomen

17.472

Pensioen

4.452

Schadeverzekering particulier

42.886

Schadeverzekering zakelijk

28.707

Vermogen

28.699

Zorgverzekeringen

6.497

Informatiedocument lijfrente na overlijden

De Erfrechtdeskundige stelt een informatiedocument beschikbaar over de fiscale regels die gelden voor lijfrentevoorzieningen na een overlijden. Zie je een van deze regels over het hoofd, dan kan dat nabestaanden veel geld kosten. Als de lijfrente fiscaal als afgekocht wordt aangemerkt, moet over de volledige waarde in één keer inkomstenbelasting worden betaald, plus 20% revisierente. Juist de adviseur die de voorziening ooit heeft afgesloten, krijgt na een overlijden vaak de vragen van de nabestaanden. Het document gaat onder meer in op:

  • Het verschil tussen de verzekerde en de bancaire nabestaandenlijfrente;
  • Minimale looptijden voor partners, kinderen en andere gerechtigden;
  • De wettelijke bedenktermijn tot 31 december van het tweede kalenderjaar na het overlijden;
  • Uitstel van de uitkering bij recht op een Anw-uitkering;
  • Afkoop van kleine lijfrentes tot € 5.513 (2026);
  • Het risico als een stichting of vereniging erfgenaam is;
  • De vrijstelling van erfbelasting en de gevolgen van de gekozen looptijd voor inkomstenbelasting en toeslagen.

Daarmee is het document ook bruikbaar bij het controleren van begunstigingen in lopende polissen. Wil je verder in het onderwerp duiken? Op 11 januari 2027 geeft De Erfrechtdeskundige een webinar over dit thema, waarin verschillende praktijkvoorbeelden worden besproken.

Hoge Raad: kantonrechter toetst informatieplichten schadeverzekeraar uit zichzelf

Op 9 oktober jl. beantwoordde de Hoge Raad prejudiciële vragen in een incassozaak van een direct writer. Het ging om een online gesloten autoverzekering. De rechter moet uit zichzelf nagaan of de verzekeraar alle essentiële informatie gaf voordat de overeenkomst tot stand kwam. Dat geldt ook als de klant niet verschijnt.

Essentieel is alle informatie die de Wft en het BGfo voorschrijven bij verkoop op afstand, zoals de klachtenprocedure, de kosten en het ontbindingsrecht. Ontbreekt die informatie, of is ze niet correct en duidelijk, dan geldt het vermoeden dat de verzekering door een oneerlijke handelspraktijk tot stand kwam. De verzekeraar kan dat vermoeden alleen met sterk bewijs weerleggen. Lukt dat niet, dan kan de rechter de overeenkomst geheel of gedeeltelijk vernietigen.

Over de duurzame drager is de uitspraak ook duidelijk. Een websitelink volstaat niet. Een mijn-omgeving mag wel, als dat is afgesproken en de klant een persoonlijke e-mailmelding krijgt.

De uitspraak gaat over de verzekeraar, maar raakt ook jouw kantoor als je met een volmacht online polissen sluit. De verzekeraar legt deze eisen dan bij jou neer. Het is verstandig je aanvraagstraat te controleren en na te gaan hoe je vastlegt wat de klant ontving. Bureau DFO houdt er rekening mee dat dit oordeel kan leiden tot aanpassing van volmachtovereenkomsten en auditprogramma’s.

Tip ons

Ook een signaal voor het onafhankelijk intermediair delen?
Laat het ons weten via signalen@dfobv.nl of bel naar 033 258 04 60

DFO Signalen

Jouw wekelijkse update met signalen uit de markt, 
speciaal voor onafhankelijk financieel adviseurs.